Qu’en dites-vous (Cris d’alarme) van Bashi Cikuru

Gedicht van Bashi Cikuru, veldwerker van Ongenkend Bijzonder, over stoppen met zwijgen. Geschreven in het Frans en vertaald naar het Nederlands.

 

Qu’en dites-vous (Cris d’alarme)
Juste comme tout le monde a une vie
Aussi petite qu’elle soit à ses yeux
Chacun a une histoire, propre à lui
Chacun a une histoire à raconter
Une histoire qui parle de lui
Une histoire qui parle de son expérience
Une histoire qui lui appartient
Une historie qui le singularise du monde autour de soi.
C’est votre histoire, si vous n’en parlez pas
Qu’est-ce que vous allez en faire?
Êtes-vous prêt de la voir s’éteindre
Comme le soleil à l’approche de la pluie
Comme du vent qui balaie nos villes
La tempête qui nous bouscule,
la peur qui nous pousse à aller se cacher
Oubliant que le soleil verra le jour le lendemain
Qu’en dites-vous?
Faites tomber votre masque
Parlez, parlez, parlez
Ne laissez pas cette histoire mourir au fond de vous
Ne laissez pas cette histoire vous démolir en silence
C’est votre chef- d’œuvre, partagez-la
Accordez-la la valeur qu’elle mérite
Le monde vous tend ses oreilles
Il est temps d’ouvrir votre cœur
Parlez, parlez, parlez à haute voix
N’hésitez-pas, même pas pour une seconde
Ne succombez pas à la tentation forte de se taire
A la tentation d’être observateur de son propre histoire
Qu’en dites-vous?
Parlez, Parlez, Parlez

 
Wat zegt u ervan? (Een Alarmkreet)

 
Precies zoals iedereen een leven heeft
Hoe klein dat ook mag zijn in zijn ogen
Iedereen heeft een verhaal, hem eigen
Iedereen heeft een verhaal te vertellen
Een verhaal dat spreekt over hemzelf
Een verhaal dat spreekt over zijn ervaringen
Een verhaal dat hem toebehoort
Een verhaal dat hem onderscheidt van de wereld om hem heen
Het is uw verhaal, als u er niet over praat
Wat gaat u eraan doen?
Bent u klaar om het te zien uitdoven
Zoals het zonlicht bij het naderen van de regen
zoals de wind die door onze steden raast
De storm die ons omver werpt
De angst die ons ertoe aanzet ons te verstoppen
Vergetend dat de zon morgen weer opkomt
Wat zegt u ervan?
Laat uw masker vallen!
Praat, praat, praat
Laat dit verhaal niet sterven binnenin u
Laat dit verhaal u niet kapot maken in stilte
Het is uw meesterwerk, deel het
Ken het de waarde toe die het verdient
De wereld reikt u haar luisterend oor aan
Het is tijd om uw hart te openen
Praat, praat, praat met luide stem
Aarzel niet, zelfs niet 1 seconde
Geef niet toe aan de sterke verleiding te zwijgen
Aan de verleiding de waarnemer te zijn van uw eigen verhaal
Wat zegt u ervan?
Praat, Praat, Praat

 
Bashi Cikuru

Verslag symposium Unknown Voices, New Lessons

“Ongekend Bijzonder maakt het mogelijk om de levens van onze nieuwe landgenoten in het juiste perspectief te waarnemen en waarderen”

Met het symposium Unknown Voices New Lessons (23 september 2016 in Amsterdam) wil Stichting BMP samen met partners (IISG en de Werkgroep Oral History van het Huizinga Instituut) en geïnteresseerden de uitkomsten van het project Ongekend Bijzonder bespreken en lessen trekken voor de toekomst.

 

Opening Symposium

 

Mieke Zaanen

Mieke Zaanen, algemeen directeur van de KNAW heet alle aanwezigen hartelijk welkom bij het Ongekend Bijzonder symposium Unknown Voices, New Lessons. Ze voelt zich zeer vereerd dit symposium een plek te mogen bieden. Bij het horen van berichten over vluchtelingen herleven bij haar de verhalen van haar moeder die de Japanse interneringskampen heeft overleefd. De verborgen schade aangericht door oorlogen, gevangen zitten en zich volstrekt berooid voelen. Verhalen die ook in het project Ongekend Bijzonder zijn vastgelegd. Het verhaal van haar moeder werd niet gehoord, maar gelukkig is van velen zoals haar moeder, met dank aan Selma Leydesdorff, grondlegger van oral history in Nederland, de geschiedenis wel vastgelegd.

Het project Ongekend Bijzonder, een initiatief van stichting BMP, is erin geslaagd de kracht en veerkracht van vele vluchtelingen te onderstrepen. Het zijn lessen die we hopen te kunnen verspreiden om zo onze nieuwe landgenoten van gisteren, vandaag en morgen in het juiste perspectief te kunnen waarnemen en waarderen”, met deze krachtige woorden geeft Mieke Zaanen het woord aan Saskia Moerbeek, directeur Stichting BMP.

 

Saskia Moerbeek doorloopt de verwachtingen voor de dag op basis van de twee hoofdsporen van het project; 1) De verzameling van 248 levensverhalen van vluchtelingen die de afgelopen 40 jaar zich in Nederland hebben gevestigd en die vervolgens via de stadsarchieven toegankelijk zijn gemaakt, en 2) De kunstzinnige presentaties, die op basis van dit materiaal gemaakt zijn. De sprekers in het ochtendprogramma geven ieder vanuit hun eigen perspectief input. In workshops die in de middag plaatsvinden wordt een nadrukkelijk beroep gedaan op de input, kennis en creativiteit van de deelnemers. Het project wil deze input gebruiken bij het uitwerken van ideeën wat er met de ervaringen en het materiaal nog meer gedaan kan worden. Elke workshop heeft een jury die de beste actiepunten verzamelt. Afsluitend worden enkele van deze actiepunten middels een skypeverbinding aan Minister Bussemaker en de zaal gepresenteerd.

 

Selma Leydesdorff, hoogleraar Oral history and Culture aan de Universiteit van Amsterdam leidt het plenaire deel en introduceert een voor een de sprekers.

 

THEMA 1: DE BETEKENIS VAN DE ORAL HISTORY INTERVIEWS

 

A: De oral history methode en de betekenis van de verzamelde levensverhalen van vluchtelingen voor de hedendaagse geschiedenis.

 

Corinne Squire: Levensverhalen uit de jungle

Als directeur van het Centre for Narrative Research van de University of East Londen, heeft Corinne Squire onderzoek gedaan naar hoe vluchtelingen in Calais leven. Ze is onderdeel van een groter onderzoeksteam binnen de Universiteit die zich inzet voor het vluchtelingenkamp. Een van de projecten die ze momenteel uitvoeren heet “life stories”, waarin vluchtelingen les krijgen over de levens van bijzondere personen zoals Barack Obama en Ghandi. Sinds kort begeleidt de universiteit 20 vluchtelingen (co-workers) die over hun leven in Calais vertellen, schrijven en foto’s maken. Door de verhalen van andere vluchtelingen in het kamp middels interviews vast te leggen zijn deze vluchtelingen zich heel bewust dat ze als oral historici bronmateriaal verzamelen over het leven in de Jungle. Dit materiaal wordt binnenkort in een boek gebundeld en uitgebracht. Corinne legt een verband met het project Ongekend Bijzonder waarbij vluchtelingen zelf hun levensverhaal vertellen. Vluchtelingen werken op deze wijze mee aan het vastleggen van hun eigen geschiedenis. Het verschil met Ongekend Bijzonder is dat ze vanuit de Universiteit gevolgd worden naar hun volgende bestemming.

In dit volgende fragment toont Corinne aan de hand van foto’s, die gemaakt zijn door de bewoners van het vluchtelingenkamp, hoe het leven in de Jungle wordt vastgelegd. Levens vastleggen met foto’s is een unieke aanvulling op de vertelde verhalen.
De waarde van dit soort wild oral history materiaal is zeer bijzonder. De wil om het eigen verhaal vast te leggen is van wezenlijk belang voor dit oral history project. Relevante informatie zou anders verloren zijn gegaan. Ook voor het reframen. Een van de meest interessante uitkomsten uit het Calais project is dat mensen in onzekere situaties opzoek gaan worteling en er een zelfreflectie ontstaat”, aldus Corinne.

 

https://youtu.be/uSOdcBnFtJM

Halleh Ghorashi: Inclusiever beeld door verhalen

 

Hoogleraar Diversiteit en integratie aan de Vrije Halleh Ongekend BijzonderUniversiteit Halleh Ghorashi spreekt over het dominante discours dat ons beeld over vluchtelingen bepaalt. De beelden over vluchtelingen die ons dagelijks bereiken zet ze neer als ‘de ander’. Ze ziet het als een taak voor oral historici om dit beeld te keren door het vastleggen en vertellen van hun verhalen. Ze koppelt dit aan de tijd dat ze zelf als vluchteling in Nederland aankwam en niet meer dan een nummer was.

Verhalen zijn belangrijk, de verhalen geven de ander waar we bang voor zijn een stem en een identiteit. Als we met zijn allen het beste uit een vrije democratische samenleving willen halen dan moeten we op zoek gaan naar krachten die ons kunnen verbinden. We moeten durven onze democratie verdieping te geven door verbinding te maken met de kwetsbaren in onze samenleving”.

 

Een van de uitkomsten van haar onderzoek is dat in de relatie tussen de mensen die connecties hebben met de samenleving en die er ver van afstaan een ruimte ontstaat om met een kritische blik naar onze huidige democratie te kijken en nieuwe gedachtes te ontwikkelen. Ze vertelt over een ander project met vluchtelingenvrouwen uit verschillende landen die in sessies bijeenkwamen om hun verhalen te delen. Het delen van verhalen leidde tot veel meer zelfvertrouwen. Vrouwen die lange tijd in de veronderstelling waren dat de structurele uitsluiting die ze ervaarden alleen op hen als individu gericht was, beseften dat ze het slachtoffer waren van een collectieve structuur. Het bij elkaar brengen van verhalen verandert deze structuur in de samenleving.

 

Dit is de grootste uitdaging voor onderzoekers, de verhalen inzetten om dit soort structuren in de samenleving te doorbreken. Het bijzondere aan Ongekend Bijzonder is dan ook de rijkdom aan materiaal dat bijdraagt aan een veel inclusiever beeld over vluchtelingen in onze samenleving”.

 

B: De inhoud van de Ongekend Bijzonder interviews en mogelijkheden tot verder onderzoek.

 

Firoez Azarhoosh: Eigenaarschap als maatstaf

Het betoog van Firoez Azarhoosh, projectcoördinator1-000020417 Ongekend Bijzonder gaat over de bijdrage van vluchtelingen aan de grote steden. Hij baseert zich niet op een wetenschappelijke analyse maar op zijn persoonlijke ervaringen, historische bronnen, de tientallen interviews die hij heeft gezien, en zijn eigen verleden en heden als vluchteling. Hij gaat daarbij in op drie aspecten: de integratie van migranten in Nederland met of zonder behoud van de eigen culturele identiteit, eigenaarschap als maatstaf voor integratie en de bijdrage van vluchtelingen aan de sociale vitaliteit van steden.

 

In zijn zoektocht komt Firoez door de geschiedenis heen een patroon tegen dat zich herhaalt, namelijk eerst intolerant en angstig zijn tegenover nieuwkomers, en uit angst groepen beperken en ongelijk behandelen, om vervolgens honderd jaar later vooralsnog in onze geschiedenisboeken de aanwezigheid van dezelfde groepen als verrijking van onze beschaving beschrijven. Volgens Firoez zouden we nu ook in een dergelijke situatie zitten.
Bij het analyseren van de interviews is geconstateerd dat de eerste contacten met de burgers van de ontvangende samenleving van essentieel invloed zijn op de snelheid waarmee vluchtelingen door dit transformatieproces heenlopen. Een warme ontvangst zorgt dat nieuwkomers sneller geneigd zijn om nieuwe dingen op te pikken en nieuwe tradities zich toe eigenen. Naarmate men meer kansen krijgt en positieve contacten ervaart, des te meer men wordt aangetrokken tot het grote geheel. Dit is een natuurlijk proces van hoe integratie behoort te lopen.

 

In de interviews is ook te zien dat ongeacht de mate van beheersing van de taal en het opleidingsniveau eigenaarschap de belangrijkste maatstaf is voor integratie. Deze eigenaarschap heeft volgens Firoez niets te maken met het behoud van de eigen cultuur maar wel met de mate waarin men als mede eigenaar van de nieuwe samenleving erkend wordt.

 

De vechtlust om zich mede eigenaar te voelen in de nieuwe samenleving dooft als men geen erkenning krijgt en het gevecht kansloos blijkt. Eigenaarschap maakt dat je actief wordt en bijdraagt aan de vitaliteit van de stad. Als we over een vitale stad praten, hebben we het vaak over een stad die meerdere vormen van economieën heeft waardoor de fluctuaties en turbulentie in economische sfeer opgevangen en verzacht worden. Een stad is vitaal als je er kan wonen, werken, en jezelf kunt ontplooien. Maar naast economische vitaliteit bestaat er ook zo iets als sociale vitaliteit.

 

Sociale vitaliteit is de mate waarin een stad flexibel om kan gaan met een veranderende samenleving waarbij ruimte voor eigenaarschap de essentie vormt. In een sociaal vitale stad zijn bewoners global minded, innovatief, nieuwsgierig, leergierig en creatief. Het maakt niet uit of dit over kunst en cultuur gaat of over techniek en industrie.
Firoez eindigt zijn betoog met de volgende woorden:

Mijn stelling is dat de belangrijkste bijdrage die de ballingen aan onze samenleving leveren ‘de toename van sociale vitaliteit’ is. Het gaat dus niet zo zeer om het ‘economische’, dat ze studeren, werken, vrijwilligerswerk doen en belasting betalen, maar vooral de manier waarop ze dit doen en de motivatie die hen hiertoe zet. Vluchtelingen zijn per definitie een bijdrage aan vitaliteit omdat ze weten waarvoor ze gevlucht zijn en wat zij tijdens de vlucht meegemaakt hebben. Dit vermogen van het vergroten van sociale vitaliteit kan vernietigd worden door vernedering, lange verblijf in gesloten centra zonder contacten met samenleving, discriminatie en korte geheugen van ons als het om de geschiedenis gaat.”

 

Leo Lucassen: Etiketten en autonomie

Hoogleraar Geschiedenis aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) Leo Lucassen gaat in op de vraag hoe je als historicus met (levens)verhalen moet omgaan. En op welke manier verhalen een verdere uitgangspunt zouden kunnen zijn voor verder onderzoek. “De verhalen zijn in een bepaalde context van een ontvangende samenleving tot stand gekomen. Een samenleving die liever eigenlijk geen vluchtelingen ontvangt en vluchtelingen berooft van ieder eigen initiatief. Dus hoe die verhalen eruit zien is afhankelijk van hoe de ontvangende samenleving eruit ziet. Als historicus is het dan interessant de huidige situatie naast vergelijkbare situaties in de geschiedenis te leggen.

Zou je dan andere verhalen krijgen? In zijn betoog gaat hij in op 2 aspecten:
1. Het etiket dat vluchtelingen tijdens bepaalde historische periodes kregen en het gevolg op de verhalen die er verteld zijn.
2. Hoeveel autonomie kregen vluchtelingen in de samenlevingen in bepaalde historische periodes?
In het volgende fragment gaat Leo Lucassen in op de situatie van Joodse vluchtelingen in Amsterdam in de jaren ’30, de opvang van Indische repatrianten uit Nederlands Indië, de opvang van Aussiedlers (verre nazaten van Duitse emigranten uit Rusland) in Duitsland na 1989 en als laatste de huidige opvang in AZC’s in Nederland in vergelijking met de situatie van vluchtelingen in Calais.

 

http://www.youtube.com/watch?v=YMAClgcfRl4

THEMA 2: HET BEWAREN, TOEGANKELIJK MAKEN EN PRESENTEREN VAN DE LEVENSVERHALEN

A: Oral history materiaal: duurzaam en toegankelijk? De (toekomstige) rol van archieven.

 

Jantje Steenhuis: Archief van alle Rotterdammers

Archivaris bij het Rotterdams Stadsarchief Jantje Steenhuis is van het begin af aan als stuurgroep lid betrokken bij Ongekend Bijzonder. Ze vertelt kort over de migratiegeschiedenis van Rotterdam. Hoe Rotterdam, als havenstad, al vanaf eind 19e eeuw te maken had met vluchtelingen en migranten. De Russen, Belgen, Duitsers en Chinezen die na de Eerste Wereldoorlog kwamen en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ook vele Joden. Na de oorlog de arbeidsmigranten; Kaapverdianen in de jaren ’50, op de vlucht voor de Portugese overheerser en Surinamers en Antillianen in de jaren ‘70.
“Het feit dat Rotterdam vandaag de dag 174 nationaliteiten herbergt stelt archieven voor de opgave hoe je de archieven van al die groepen in het archief krijgt. Hoe kom je in contact met mensen en zorg je dat jouw archief dat van alle Rotterdammers wordt?”

 

Het Rotterdams archief was dan ook blij toen Ongekend Bijzonder aan de deur klopte, aldus Jantje. Ze vertelt over de vier groepen die de stuurgroep koos om de aandacht op te richten; Chilenen die in de jaren ‘70 vluchtten voor de dictatuur van Pinochet, een groep die destijds in Rotterdam heel hartelijk is ontvangen. Iraniërs, die ook in die periode kwamen als gevolg van de revolutie in het land. Irakezen op de vlucht voor het regime van Saddam Hoessein en de ex Joegoslaven die in de jaren ’90 vluchtten voor de Balkan oorlog. Het Rotterdams archief wil de verzamelde interviews graag via spraakherkenning toegankelijk maken, waardoor je op woord kunt zoeken.

 

In het onderstaande filmpje vertelt Jantje Steenhuis hoe zij het heeft ervaren om bij Ongekend Bijzonder betrokken te zijn, dingen die voor haar als archivaris nieuw waren en plannen die het archief heeft om vervolg te geven aan het project.

 

https://youtu.be/85axsGvwWos

Arjan van Hessen: Talking to history

De tweede bijdrage over het thema bewaren,
toegankelijk maken en presenteren van levensverhalen komt van Arjan van Hessen, taal- en spraaktechnoloog bij de Universiteit Twente en Universiteit Utrecht. Arjan van Hessen wil de zaal een technisch verhaal besparen en vertelt het onderhoudende verhaal hoe hij zelf via de seismologie bij de spraaktechnologie kwam,Aardbeving en Audio Arjan van Hessen waarbij zijn liefde voor verhalen een rode draad is. De afbeelding hiernaast illustreert waarom de overstap van de seismologie naar de spraakherkenning een makkelijke overstap was voor Arjan. De computersoftware die achter deze verschillende metingen zit is hetzelfde.
Wat is nu de droom voor techneuten? Arjan licht een tipje van de sluier op van de mogelijkheden die spraaktechnologie voor oral history in de toekomst kan hebben. Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich snel en komt ook beschikbaar voor oral history. Er komt steeds meer materiaal dat steeds beter te ontsluiten zal zijn, voorspelt Arjan.

 

“Denk aan spraakherkenning, automatisch vertalen, gezichtsherkenning en emotie detectie. Als je via internet naar een bepaalde gebeurtenis zoekt krijg je in de toekomst geen hits meer via google maar kun je als het ware direct ‘met het verleden spreken.’ Bijvoorbeeld als je de vraag stelt hoe het was om een tocht over de bergen te maken in een bepaalde tijd, geeft iemand uit het verleden antwoord. Dat lijkt nu nog een beetje science fiction maar over tien jaar is dat heel anders.”

 

 

B. De presentatie van oral history materiaal, co-creatie en culturele participatie.

 

Saskia Moerbeek: De olifantenpaadjes naar museale vernieuwing

Initiatiefnemer van Ongekend Bijzonder en directeur van Stichting BMP Saskia Moerbeek vertelt ons over de opzet van het project en de bedoeling van de publiekspresentaties: het overbrengen van de emoties en verbeelding die de verzamelde verhalen oproepen aan een breed publiek. Het scherm toont de door BMP ontworpen ‘smaakmatrix’, die weergeeft welke keuzen zijn gemaakt voor het presenteren van het materiaal. In de matrix zijn de 30 presentaties van Ongekend Bijzonder gerangschikt naar mate van samenwerking met vluchtelingen (co-creatie) en mate dat de interviews direct in de presentatie terug zijn te zien.

ongekendbijzondermatrix

Dan de theoretische uitgangspunten van Ongekend Bijzonder. Saskia noemt de ambitie van het project om een impuls te geven aan museale vernieuwing. Ze toont een plaatje van Sint en Piet, als symbool voor de uitdagingen waar stadsmusea zich voor geplaatst zien. De musea, die het erfgoed van de stad bewaren en tentoonstellen, staan in het licht van globalisering en technologische ontwikkelingen voor de vraag hoe zij zich moeten verhouden tot de nieuwe dynamiek en diversiteit in de stad.

 

Aannames over identiteit en grenzen tussen ‘hier’ en ‘daar’ vervagen. Je ziet meer en meer fragmentarisering: mensen verbinden zich steeds meer tijdelijk aan verschillende dingen die nú belangrijk voor hen zijn. Door mobiliteit en virtuele gemeenschappen is identiteit steeds minder aan plaats verbonden. Het project Ongekend Bijzonder is in zekere zin op te vatten als een zoektocht naar de relatie tussen identiteit, plaats en complexe verbondenheid. Vluchtelingen zijn voorlopers in dit proces. Hun sociale netwerken zijn los komen te staan van (gedeelde) plaats als (historische) context voor sociale relaties. Het uitgangspunt van Ongekend Bijzonder is dat het vervagen van de samenhang tussen plaats, gemeenschap en cultuur ruimte biedt aan verbeelding. Aan het ontstaan van nieuwe narratieven over plaats, geschiedenis, cultuur en identiteit, die mainstream beelden van (nationale) identiteit ter discussie stellen en nieuwe uitingsvormen doen ontstaan.

 

Saskia haalt Arnoud Odding aan die in zijn boek ‘het disruptieve museum’ stelt dat museale vernieuwing in zijn kern gaat om het aangaan van een nieuwe relatie met het publiek en aansluiten bij waar behoefte aan is in de samenleving: het verlenen van betekenis. Musea moeten daarvoor buiten de muren van hun museum treden en relaties aangaan met verschillende gemeenschappen in de stad. Zij kunnen mensen helpen aarden en hun plek in de samenleving te vinden.
Ongekend Bijzonder wil concreet bijdragen aan museale vernieuwing door:
1. Samen met culturele partners tentoonstellingen of presentaties te maken die bijdragen aan het aarden van mensen in de stad.
2. Een relatie te creëren tussen de musea en een nieuw publiek
3. Een verbinding tot stand te brengen tussen het bestaande publiek van de musea en het verhaal van vluchtelingen en daarmee in de beeldvorming over vluchtelingen beïnvloeden;
4. Vluchtelingen niet alleen als subject van museale presentaties laten fungeren maar er voor te zorgen dat er co-creatie plaatsvindt tussen de makers van tentoonstellingen en de vluchtelingen over wie het gaat, of dit nu gewoon mensen zijn die hun verhaal verteld hebben, of kunstenaars.
5. Bijdragen aan de representatie van mensen met een vluchtelingenachtergrond in de collecties.
6. Nieuwe manieren van presenteren te introduceren

De verschillende presentaties van Ongekend Bijzonder hebben elk aan een of meer van deze doelstellingen bijgedragen. De betrokken partners bleken bereid hun grenzen te verleggen om tentoonstellingen op basis van de verhalen mogelijk te maken. Veldwerkers legden met de museumbezoeken die zij voor vluchtelingen organiseerden olifantenpaadjes aan voor een nieuw publiek. Het enige waar het project volgens Saskia niet in is geslaagd, is om de verhalen en werken van vluchtelingen deel uit te laten maken van vaste collecties. In Rotterdam hebben vluchtelingen kunstenaars zelf een expositie van hun werk georganiseerd, met de expositie ‘Anders kijken’ in gebouw de Heuvel. Saskia stelt zichzelf het doel om met een vervolg project de olifantenpaadjes naar het museum niet alleen voor een nieuw publiek maar ook voor nieuwe kunstenaars aan te leggen. Hoewel, zo zegt ze, “misschien is dit wel de nieuwe manier van presenteren, gewoon in gebouw de Heuvel en niet in een museum.”

 

Wayne Modest: Things matter

 

De laatste spreker deze ochtend is Wayne Modest, hoofd van het onderzoekscentrum voor materiële cultuur bij het Tropenmuseum, Afrika museum en Museum Volkenkunde. Wayne begint met zijn boodschap waar hij aan het eind van zijn verhaal op wil terugkomen: “Things matter.” Hij vertelt dat het project een aantal vragen bij hem deed rijzen toen hij er een aantal jaar geleden met Saskia Moerbeek over sprak. Hij vertelt over zijn overwegingen, die ook nu spelen als musea iets met vluchtelingen willen doen. Als museum moet je stilstaan bij de vraag wáárom willen we een presentatie maken over vluchtelingen? Willen we écht een verbinding aangaan met het onderwerp, of doen we het voor onszelf? In het onderstaande fragment kun je beluisteren welke rol musea volgens Wayne zouden kunnen vervullen.

 

http://www.youtube.com/watch?v=aLtGvMF3yj4

Wayne toont een filmfragment van de documentaire Ongekend Bijzonder die onderdeel was van de tentoonstelling Ik neem je mee in het Centraal Museum [hier is de hele documentaire te zien]. We zien Lan Nguyen die vertelt over het vestje dat haar moeder voor haar had gebreid en dat haar herinnert aan de zorgeloze tijd voor de oorlog in Vietnam. Wayne komt terug op zijn statement dat “things matter.”

 

Objects for us who work in museums are animate, they are agents. They do something to you, make you want to smile, laugh or cry. Bringing to an object the narrative together is another way of bringing across a message. Of bringing others into the light of others. Things matters. Maybe that is what I should have done when you [Saskia] came to me. To participate in the project. Maybe it can be later.

 

WORKSHOPS

Deelnemers aan het symposium kiezen na de pauze voor een van de zes workshops. De resultaten zijn terug te lezen in korte verslagen van iedere workshop:
Workshop 1: Out of the box, over toekomstige oral history projecten (pdf)
Workshop 2: Mogelijkheden verder onderzoek (pdf)
Workshop 3: Oral history materiaal duurzaam toegankelijk (pdf)
Workshop 4: De presentatie van oral history materiaal (pdf)
Workshop 5: Educatieve programma’s van/voor vluchtelingen (pdf)
Workshop 6: Beleidsadviezen voor organisaties en beleidsmakers (pdf)

 

Na de workshops verzamelt iedereen zich in de plenaire zaal voor het skypegesprek met minister Jet Bussemaker van OCW. Zij reageert op de suggesties die uit de workshops naar voren zijn gebracht. Saskia praat de minister eerst kort bij over de achtergrond van het project en het symposium. Jet Bussemaker onderstreept het belang van het verzamelen, doorgeven van verhalen en het plaatsen in een historische context. Volgens haar wordt de kracht van verhalen nog steeds onderschat. Hoor in het fragment hieronder welk maatschappelijk belang ze in de verhalen ziet.

 

http://www.youtube.com/watch?v=yn0X0ZMpBOs

Saskia geeft een samenvatting van de punten die vandaag uit de workshops naar voren kwamen:

  • Het is belangrijk om een oral history databank aan te leggen die breder is dan alleen de verhalen van vluchtelingen. Om verbinding en interactie tussen de verhalen te kunnen bevorderen. Dat is belangrijk voor verder onderzoek. Ook is geopperd om deze databanken aan interactieve platforms te koppelen.
  • Er is een grote rijkdom aan materiaal. Het is belangrijk om verder onderzoek vanuit universiteiten te stimuleren. Dat vraagt om publiciteit in de universitaire wereld.
  • Verdieping zoeken. Bijvoorbeeld door een aantal mensen over een jaar nogmaals te interviewen, om zo verschillen in tijd en perceptie vast te kunnen leggen.
  • De verhalen zijn belangrijk gebleken voor nieuwe generaties, ze kunnen een sleutel vormen in het gesprek tussen generaties. Het helpt jongeren om te weten wie ze zijn en waar ze vandaan komen.
  • Context van de verhalen. Ook de plek en omgeving van de ontvangende samenleving zijn van belang (zoals op institutioneel als op wijkniveau). De verhalen vormen een bron van dialoog, waarbij je mensen kan uitnodigen ook hun eigen verhalen te vertellen. Veel verhalen zijn universeel.
  • Laat mensen eigenaar laten voelen van hun eigen verhaal. Als je producties maakt is het belangrijk dat de manier waarop een verhaal verteld wordt bij mensen past. Het kan gaan om een politieke boodschap maar ook om het produceren van muziektheater waarbij mensen samenwerken.
  • Er is veel nadruk gelegd op educatie, in de brede zin. Dat kan ook zijn ontmoeting en het delen van emotie. Doelgroepen die genoemd worden zijn: politici, journalisten en beleidsmedewerkers. M.n. beleidsmedewerkers worden uitgenodigd om op ‘safari’ te gaan met vluchtelingen op zoek naar hun verhalen.
  • Breng verhalen publieke ruimtes maak creatieve oplossingen laten ervaren wat een vluchteling meemaakt en hoe dat aangrijpt op dingen die mensen zelf hebben meegemaakt. Gebruik materiaal nog veel meer culturele producties.

Jet Bussemaker vindt het mooie uitkomsten. Ze ziet zelf direct een aanknopingspunt op het aspect van educatie. Ze belooft dat ze een aantal van haar medewerkers mee op ‘safari’ zal sturen om kennis te maken met vluchtelingen in de wijk. Als de verbinding met de minister weer is verbroken presenteren de juryleden nog de actiepunten uit hun workshops die nog niet aan de orde zijn geweest [terug te lezen in de afzonderlijke workshop verslagen.]
Saskia Moerbeek bedankt alle betrokkenen en aanwezigen voor het geslaagde symposium. “We zijn blij met alle input en werken daar de komende tijd mee verder.”

 

Food for thought

Het symposium gaf veel stof tot verder denken over de betekenis en mogelijkheden van levensverhalen. Over oral history als bron voor het vastleggen van de eigen geschiedenis, voor het mogelijk maken van worteling en zelfreflectie. Of juist als tegengas voor ingeprente, statische beelden van groepen mensen als ‘de ander’.

 

Het inzicht dat integratie een proces is van eigenaarschap, omdat je pas kan pas wortelen als je je mede eigenaar voelt van de plek waar je woont en daar ook in erkend wordt. Het belang van de  context van de samenleving in een bepaalde plaats of periode voor de inhoud van de verhalen die je krijgt. Bijvoorbeeld als het over vluchtelingen gaat, het etiket en de mate van autonomie die mensen in de ontvangende samenleving krijgen.

 

En tenslotte, als het gaat over het ontsluiten van verhalen en het maken van presentaties; de bijdrage die projecten als Ongekend Bijzonder kunnen leveren aan de relatie die archieven en musea aangaan met hun veranderende omgeving. Zeker met gevoelige onderwerpen als identiteit en ‘belonging’ is er behoefte aan presentaties die ons kritisch op onszelf laten reflecteren en aanzetten tot verantwoordelijkheid en gastvrijheid naar elkaar.

 

 

 

Programmaboekje Ongekend Bijzonder festival Amsterdam

Programmaboekje Ongekend Bijzonder Festival Rotterdam

Persbericht: Ongekend Bijzonder Festival op Grotekerkplein

3-dagen over kracht, creativiteit en talent van vluchtelingen

Het Grotekerkplein staat van 17 t/m 19 juni 2016 in het teken van het Ongekend Bijzonder Festival. Een gratis muziek-, theater- en kunstfestival voor alle Rotterdammers, uitgaande van de kracht, creativiteit en talenten van vluchtelingen. Even geen zware kost over opvang en asiel, maar een groot feest over kansen, trots en ontmoeting. 

Het landelijke interviewproject Ongekend Bijzonder verzamelde de levensverhalen van voormalige vluchtelingen. De verhalen vormen de basis voor tientallen artistieke producties die de afgelopen twee maanden in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag te zien waren. Het Ongekend Bijzonder Festival in Rotterdam, dat georganiseerd wordt door het plaatselijke Ongekend Bijzonder team vormt de spetterende afsluiter van dit spektakel.

In de levensverhalen van Ongekend Bijzonder komt naar voren hoezeer vluchtelingen zich met de stad Rotterdam identificeren. De wederopbouw van de stad raakt aan de wederopbouw van hun leven. Ze hebben als nieuwkomers de stad mee zien bouwen. Daarmee is Rotterdam meer dan andere steden, hùn stad.

De afgelopen maanden hebben groepen oude en nieuwe vluchtelingen, in samenwerking met organisaties als het RO theater en Music Generations, gewerkt aan eigen muziek-, dans- en theatervoorstellingen. Ook hebben ze tal van workshops voorbereid waarin co-creatie centraal staat. Samen met gerenommeerde bands als Ntjam Rosie & Artvark, Tentiempiés, Mala Vita en Carlama Orkestar maken zij het Ongekend Bijzonder festival tot een bruisend evenement dat lucht en ruimte schept. Kijk voor het programma op www.ongekendbijzonder.nl/festival

Muziek
Dagelijks treden vier of vijf bands op. Op vrijdag bijvoorbeeld de zangeres Ntjam Rosie & saxofoonkwartet Artvark met de voorstelling Homelands en een optreden van Music Generations met vluchtelingentalenten. Zaterdag is het feest met de energieke cumbia band Los Paja Brava, met Mela Vita en de legendarische Chileense band Amankay. Zondag zijn de bruisende Tentiempiés en de balkantonen van Carlama Orkestar aan de beurt. Verder o.a. Misa & Sendi (Balkan), Dar al Mouzika (Nederlands en Syrisch) en Team Tresor (Congolees).

Theater en poëzie
De voorstelling van Syrische vluchtelingen Talent op de Vlucht trekt in heel Nederland volle zalen. Op vrijdagavond is deze voorstelling op het Grotekerkplein te zien. En op vrijdag en zaterdag speelt het RO theater samen met voormalige vluchtelingen de korte voorstelling De wonderlijke lotgevallen van Benaw Bezimen. Verder dragen 21 dichters uit 11 verschillende landen gedichten voor, afgewisseld met muziek uit o.a. Chili, Eritrea en Irak.

Dans 
Tijdens de optredens kan er op het plein gedanst worden. Op zondagmiddag treden in samenwerking met de Danssalon Eritrese, Chileense en Balkan dansgroepen op zoals Newen Copihue, Tamo Daleko en BiHRO en wordt het publiek uitgenodigd mee te doen.

Kunst en workshops voor kinderen
In gebouw de Heuvel is doorlopend Anders Kijken te zien, een tentoonstelling van acht kunstenaars uit o.a. Irak, Chili en Syrië (al vanaf 12 juni geopend). Ook zijn daar doorlopend films en documentaires te zien. Buiten op het Grotekerkplein werkt de Schildersbrigade, samen met bezoekers, aan een nieuwe kunstwerk op grote schermen. En voor kinderen zijn er op zaterdag en zondagmiddag kinderkunst workshops.

Huiskamer van Rosh
Los van de muziek, de gezellige drukte, het feest staat midden op het festivalterrein ook nog een plek van rust en verstilling. De mobiele studio van Syrisch Rotterdamse filmer Rosh Abdelfatah heeft de vorm van een huiskamer. Terwijl hij werkt aan ‘de film van zijn leven’ gaat hij met bezoekers in gesprek. Hoe zou jouw levensfilm er uit zien?

Nog meer Ongekend Bijzonder in Rotterdam
Op basis van de levensverhalen van vluchtelingen organiseert Ongekend Bijzonder, naast dit festival, verder nog de foto expo De Wederopbouw van mijn leven in de Bibliotheek Rotterdam (t/m 10 juni) en de tentoonstelling VerRotterdamst (t/m 2 oktober). De levensverhalen zijn eerder deze maand opgenomen in de collectie van Stadsarchief Rotterdam, en zijn zo een blijvend onderdeel van het collectieve geheugen van de stad.

 

————————— einde bericht ———————-

Voor meer informatie over het interviewproject, het festival of hi res beeldmateriaal kunt u contact opnemen met Michel Langendijk van Ongekend Bijzonder op 020-428 27 28 of 06 40963010 en via ongekendbijzonder@stichtingbmp.nl
Kijk voor informatie en interviewfragementen o.a. over Rotterdam op ongekendbijzonder.nl

Foto: Los Paja Brava (een van de bands die optreedt en waarvan het beeld is gekozen als campagnebeeld voor het Ongekend Bijzonder Festival.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

‘Tussen aanhalingstekens’ door Mardjan Seighali

Tekst van Madjan Seighali, uitgesproken bij de uitreiking van de Ongekend Bijzonder interviews aan Het Utrechts Archief in 2016

 

Er waren dagen of waren het maanden of misschien wel jaren dat ik niet meer sprak over “daar”. Tussen aanhalingstekens. Hoe kun je begrijpen of voelen wat ik bedoel met “daar”. Je bent er niet geweest. Je kent de geuren niet, je kent de kleuren niet, je kent de liedjes niet die mijn moeder zong om mij in slaap te wiegen.

 

Het duurde dagen, maanden of misschien wel een paar jaar voordat ik als vluchteling hoorde dat anderen ook over “daar” tussen aanhalingstekens spreken. Maar hun “daar” was niet het mijne. Hun “daar” was geen ver land, maar een ver kamp. Een plek waar zij opgesloten zaten in Duitsland of Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Ik hoorde over hun “daar” door verhalen rond 4 mei. Ik las over “daar” als er weer dagboeken werden gepubliceerd met persoonlijke verhalen. En ik begreep steeds beter dat heel veel Nederlanders elkaars verhalen ook niet kenden. Want op een verjaardagsfeestje houd je maar liever je mond of vertel je over hoe koud het was op Koningsdag of hoe warm met Kerst.

 

Ik hoorde dat mensen die in de oorlog in kampen hebben gezeten het onderling over “daar” hebben. Zij die het ook hebben overleefd, weten wat met “daar” bedoeld wordt. En zij die er niet waren, begrepen het toch niet. Jules Schelvis, die tengere moedige Joodse man, die onlangs is overleden, begon pas na zijn pensioen over “daar” te getuigen. Hij werd 95 jaar en tot op het laatst vertelde hij in grote zalen en op TV voor veel Nederlanders het verhaal over de trein die naar Sobibor reed. Om niemand te laten vergeten dat “daar” tussen aanhalingstekens heeft bestaan.

 

Ik wil niet wachten tot na mijn pensioen om u mijn verhaal over “daar” te vertellen, maar ik wil ook niet dat ik op verjaardagsfeestjes alleen maar steeds moet vertellen waar “daar” ligt en waarom ik “daar” niet meer ben.

 

Ja, ik kom uit Iran en ja, ik moest vluchten en ja, ik heb in de gevangenis gezeten en ja, dat was een hel en duurde anderhalf jaar lang en ja, ik weet wat doodsangst is en hoeveel verdriet een mens heeft als hij zijn geliefden kwijt raakt of nooit meer ziet.

 

En ja, Nederlands leren is heel moeilijk. Ik ben nu 25 jaar in mijn aankomstland. maar afgelopen week schreef ik dat ik ging spreken met hysterici in plaats van historici. Ja, nu lacht u… dat zou ook gebeuren als ik dit op een verjaardag zou vertellen. Maar vaak heb je niet zo’n kwinkslag bij de hand.

Je verhaal over “daar” is zo groot. En tegelijk stokt het altijd.

 

Voor u is “daar” een plek van verdriet, van overleven, van honger en ontbering. Wij als slachtoffers van “daar” komen aan uw verwachtingen tegemoet. Schoorvoetend of met tegenzin vertellen we op verjaardagsfeestjes weer wat aan uw verwachtingen voldoet. En daarna gaan we met een steen op ons hart naar huis.

 

Ik wil u vragen, vraag naar wat anders over “daar” en laten we andere verhalen delen. Want weet u hoe ik verliefd werd? Of hoe mijn zonen als kleuter waren? Of vraag naar de geuren van de lente in de stad waar ik vandaan kom. Dan kan ik u vragen hoe u verliefd werd, hoe uw kinderen als kleuter waren. Wat uw lievelingseten is of van welke geuren in de lente u gelukkig wordt.

Mensen afkomstig uit oorlogsgeweld spreken soms met elkaar nog over “daar” en soms houden zij zelfs hun mond tegen elkaar.

Door de hele geschiedenis heen is duidelijk dat waar jij ook vandaan komt, hoe lang je daar ook was, waarom je terugkwam of waarom je aankwam, er verhalen zijn om te delen die boven onszelf uitstijgen. Dat zijn de verhalen die altijd verbinden omdat ze van “daar” “hier” tussen aanhalingstekens maken. Omdat zij gaan over elkaars verhalen.

 

Mijn hoop en mijn verzoek is dat u de vluchtelingen ziet als mensen met een verdrietig verhaal over “daar”. Maar ook met belangstelling en potentie voor het nieuwe leven hier. Zoals de inspirerende verhalen van “Ongekend bijzonder”.  De immense moed van de vluchteling om zijn nieuwe bestaan te omarmen kunt u met respect en nieuwsgierigheid tegemoet treden door samen verhalen te delen.

Zo vertelde Jules Schelvis dat zijn liefde voor de klassieke muziek gevoed bleef, zelfs al had hij honger omdat hij “daar” met zijn kameraad Leo delen van melodieën floot die de ander dan moest raden. Ineens denkt u bij zo’n verhaal: zou ik dat kunnen? Zou ik een melodie van Mozart of Rachmaninov kunnen fluiten?

 

En ik zou u op een feestje kunnen vertellen dat mijn jongens schitterende Perzische voornamen dragen maar dat er bij het Heren 1 hockeyteam tussen de studenten alleen naar hun sterke benen gewezen wordt en ik als moeder vaak denk aan die stoere kleuterbenen die ze helemaal naar Nederland brachten.

 

Verhalen over “daar” en over “hier” zijn zoveel meer dan alleen de eeuwige pijn in het hart van de vluchtelingen. Een groot deel van de verhalen gaat over het nieuwe leven in Nederland. Over het opbouwen van een nieuw bestaan en alles wat daarvoor nodig is. Over de manier waarop velen van u, die geïnterviewd zijn uw nieuwe bestaan omarmd hebben. Dat u die verhalen hebt willen delen biedt andere Nederlanders de kans om u beter te begrijpen en tegelijk tonen ze ons ook een spiegel. Vluchtelingen brengen waardevolle culturen mee en voegen deze toe aan het erfgoed van de samenleving waarin ze terecht zijn gekomen. Nee, de angst dat zij ons culturele erfgoed vernietigen, is niet reëel. Zij ontsluiten juist een rijke wereld van ervaringen, observaties, verhalen en immateriële waarden.

 

Het is belangrijk dat niet de ander bepaalt wat jouw verhaal is. Dat bepaal je zelf. Iedereen heeft zijn eigen perspectief en gezamenlijk vormen wij het verhaal van een wijk, een stad, een land. Door elkaars verhalen te beschouwen als erfgoed, zorgen we ervoor dat iedereen erbij hoort en deel is van een samenleving. Voor vluchtelingen is het van groot belang om te weten dat hun herinneringen nu ook formeel deel uitmaken van ons nationale en stedelijke geheugen. Voor wie veel kwijt geraakt is, is wat resteert zeer kostbaar. Het besef dat niet alles verloren is. Te weten dat die herinneringen – hoe pijnlijk ze soms ook zijn – bewaard blijven en beschikbaar zijn voor wie daarin geïnteresseerd is. Daarmee wordt respect gedaan aan het verleden en ontstaat er ruimte voor de toekomst.

 

Ik hoop dat wij blijven oefenen en mooie en verassende vragen op verjaardagsfeestjes stellen en elkaar beter en dieper leren kennen. Wij zijn “hier” en komen van “daar”,
Laat jouw wereld en mijn wereld elkaar raken,

Laat de suiker smelten in jouw hart, zoals we in het Perzisch zeggen.

 

Dank u wel voor uw aandacht.

Met een vragenlijst ging ik naar de ‘enge’ vluchtelingen, door Ferdows Kazemi

Het is inmiddels zo’n 32 jaar geleden. Ik was een studente van 18 jaar oud en net verhuisd naar Shiraz om daar sociologie te gaan studeren aan de universiteit. Iran en Irak waren toen verwikkeld in een bloedige en langdurige oorlog. Veel mensen waren gevlucht uit de grensgebieden naar de grote steden. Shiraz huisvestte een behoorlijk aantal van die vluchtelingen.

 

Ik kan me goed herinneren dat veel Shirazi’s niet gelukkig waren met die ontwikkeling. Vluchtelingen beschouwden ze als indringers die hun mooie stad vuil en onveilig maakten. Er deden veel verhalen de ronde over het wangedrag van vluchtelingen. Zij zouden meisjes aanranden, winkeldiefstal plegen, mensen op straat beroven enzovoort. Ik was nog te jong om een onafhankelijke mening te kunnen vormen, vooral omdat ik niet de beschikking had over betrouwbare informatie.

 

Een hoogleraar zocht toen assistentie bij een onderzoek naar de oorlogsvluchtelingen. Ik mocht van hem langs de deuren gaan bij die vluchtelingen om vragenlijsten in te vullen.

 

Mijn eerste vraag aan die hoogleraar was of het veilig was om bij de vluchtelingen aan de deur te komen. Hij keek me afkeurend aan en zei:
‘Ik stuur u bij MENSEN aan de deur mevrouw Kazemi. U gaat geen dienrentuin binnen’.
Ik antwoordde: ‘Ja, maar…’
Hij liet me niet uitpraten.
‘Maar wat? Maar ze zeggen dat vluchtelingen criminelen zijn? U bent student sociologie, mevrouw. U hoort uw uitspraken te baseren op onderzochte feiten en niet op uw onderbuikgevoelens. Wat zou van dit land moeten worden als haar studenten voor hetzelfde bang zijn als de mensen die nooit in hun leven een boek aangeraakt hebben? En nu de vragenlijsten pakken en op onderzoek uitgaan. Ik laat geen student slagen die zich door haar angsten laat leiden in plaats van door de rede. Ik had eigenlijk verwacht dat u gevraagd zou hebben of het niet erg was om de privésfeer van die mensen binnen te dringen voor een onderzoek. Dat is eigenlijk de vraag die een student hoort te stellen. En weet u wat mijn antwoord daarop zou zijn? Ja, het is erg, heel erg. Deze mensen leven van de coulance van de overheid. Ze voelen zich daarom verplicht om mee te werken aan een onderzoek dat door een onderwijsinstelling opgezet is. En wij maken gebruik van hun zwakke positie, terwijl we weten dat ze waarschijnlijk nee gezegd hadden tegen ons als zij die keuze hadden gehad’.

 

Ik heb toen niet gevraagd waarom hij iets deed dat hij eigenlijk afkeurde. Maar ik ben blij dat ik hem mocht assisteren.

 

Met een tas vol vragenlijsten ging ik langs de deuren bij de mensen over wie ik veel enge verhalen gehoord had. Wij waren onbekenden voor elkaar. Ik had de indringer kunnen zijn die hun privacy schond.
Het waren doorgaans grote gezinnen met jonge kinderen, die bijna allemaal in studentenhuizen woonden. Met het hele gezin op één kamer, die tevens als keuken diende. Al die gevluchte gezinnen lieten me zonder enige terughoudendheid binnen in hun kamer en overal kreeg ik thee of limonade aangeboden. Wij praatten over de oorlog. Ze vertelden me veel verhalen. Over de eerste dagen na de oorlog. Over hoe die oorlog alles van hen afgenomen had. Over hun vlucht en hoe onaangenaam ze door hun landgenoten in Shiraz opgevangen waren. Over de vooroordelen van de Shirazi’s. Over de pijn en het verdriet die de oorlog hun bezorgd had. Ze vertelden over hun huizen en de prachtige steden die ze achtergelaten hadden. Over de mooie tijden, waarvan ze door de oorlog alleen nog maar konden dromen. Over de hoop die ze koesterden op de terugkeer naar huis. Over hun heimwee naar de oude, goede tijden; de tijden waarin ze ergens thuishoorden, de tijden waarop ze trots waren, de tijden waarin hun menswaardigheid gewaarborgd was. De tijden waarin ze niet als indringers beschouwd werden.

 

Ik luisterde naar die verhalen en hoe meer ze vertelden hoe ongemakkelijker ik me met mijn vragenlijst voelde. Een standaard vragenlijst waarin gevraagd werd hoe oud ze waren, hoeveel kinderen ze hadden, uit hoeveel mensen hun huishouden bestond, hoeveel kamers ze hadden en nog meer cijfertjes waarvoor ik me schaamde naarmate zij uitgebreider hun levensverhaal vertelden.

 

Ik moest 100 vragenlijsten invullen en bij de 20e gaf ik het op. Ik kon het niet opbrengen om nog langer met die lijsten langs de deuren te gaan. Ik wilde geen telmachine zijn. Die aantallen konden me niets schelen. Het waren de verhalen die er toededen. En die verhalen mocht ik niet doorvertellen omdat ze politiek erg gevoelig lagen.

 

De resterende 80 vragenlijsten bracht ik terug naar mijn docent en ik bedankte hem omdat hij me de kans gegeven had om mijn kijk op de wereld bij te stellen. En ik zei tegen hem dat ik nooit een kwantitatief onderzoeker zou worden. En dat is ook niet gebeurd. Hij glimlachte en zei dat hij blij was dat ik mezelf beter had leren kennen.

 

We weten wellicht hoeveel mensen de oorlogen en onderdrukkingen ontvluchten, op zoek naar veiligheid en vrijheid. Soms maken we ons druk om de grootte van die aantallen. We zien ze als duizenden indringers die ons land binnen komen. Het zijn de aantallen die ons afschrikken, niet de verhalen. Die kennen we doorgaans niet.

 

Levensverhalen creëren verwantschappen. Ze binden. Ze halen de angst voor het onbekende weg. Ze maken het onbekende zelfs bemind. En dat is wat we met het project ‘ongekend bijzonder’ van plan zijn.

Ik ben de gelukkige die de teksten mocht schrijven bij de portretten die u hier vandaag kunt bewonderen. Teksten gebaseerd op levensverhalen van 15 vluchtelingen. Die teksten zijn vooral een symbolisch gebaar. Je kunt immers onmogelijk een levensverhaal in 400 woorden illustreren.
Ik hoop dat ik hiermee kan bijdragen aan een betere wereld, een wereld waarin verhalen er toedoen in plaats van aantallen.

Ferdows spoken column

 

Spoken Column van Ferdows Kazemi bij de opening van de tentoonstelling De wederopbouw van mijn leven in de Centrale Bibliotheek (in mei 2016), ook verschenen op Joop.nl

Bio’s Stadsopera Onderweg

Eén van de hoogtepunten van de Culturele Zondag: Bestemming bereikt op 1 mei 2016 in Utrecht is de Stadsopera Onderweg. Gemaakt, gezongen en gespeeld door vluchtelingen en andere Utrechters. Met drie aktes op drie verschillende locaties. Hieronder volgen de bio’s van alle zangers, muzikanten en andere betrokkenen.

 

Componist – Bob Zimmerman
Bob Zimmerman - foto Anne DokterZimmerman werd geboren in 1948 in Amsterdam. Hij schreef zijn eerste composities op zevenjarige leeftijd. Hij studeerde op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en ging na zijn studie werken voor diverse theaterproducties. Bob Zimmerman werkte met cabaretier Seth Gaaikema, de a capella zanggroep Montezuma’s Revenge en is één van de vaste arrangeurs van het Metropole Orkest. Filmmuziek componeerde Bob voor De Avonden, For my baby, Snapshots, Tirza en Süskind en de documentaire De Nieuwe Wildernis. De laatste jaren werkte Bob aan musicalprogramma’s rond de liedjes van Harry Bannink, Ramses Shaffy en Toon Hermans, maakte arrangementen voor twee cd’s van Prinses Christina en schreef hij arrangement van de tango Adiós Nonino van Ástor Piazzolla, dat gespeeld werd op het huwelijk van Prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta. Met Ruben van Gogh heeft Bob Zimmerman een reeks operaprojecten gerealiseerd.

 

Librettist – Ruben van Gogh
Ruben van GoghRuben van Gogh (1967) is optredend dichter en schrijver van te zingen dingen. Hij heeft vijf bundels op zijn naam staan, de laatste uit 2013: Hier begint het leven (Podium). Ruben schreef opera’s voor Yo! Opera, Paul Oomen en Dario Fo. Hij schreef drie kleuter-meezing-programma’s voor het Concertgebouw en losse liedteksten voor Sesamstraat, De Nederlandse Opera, Concertgebouw en voor tal van andere losse projecten, artiesten en gezelschappen. In 2015 schreef Ruben het libretto voor de Werkspoor Koren Opera.

 

 

 

 

 

 

Librettist – Baban Kirkuki
Baban KirkukiBaban Kirkuki (Koerdistan, Irak, 1974) debuteerde in 2006 met de bundel Op weg naar Ararat. Baban Kirkuki is lid van het Utrechts Dichtergilde en werkt daarnaast als veldwerker voor Ongekend Bijzonder. Hij houdt oral history interviews in Amsterdam en begeleidt een groep Irakezen bij het maken van een gedichtenbundel. Samen met gitarist/ud speler Monir Goran heeft Baban de voorstelling Vluchtverhaal gemaakt die regelmatig wordt uitgevoerd.  www.babankirkuki.com/

 

 

 

 

Regisseur – Geert van Boxtel
Geert van BoxtelGeert van Boxtel werkt als dramaturg, regisseur en adviseur in de podiumkunsten. In het verleden was hij actief voor onder meer voor Yo! Opera, de Gelderse Muziek Zomer en het Rosa Ensemble. Geert is geïnteresseerd in muziek en opera in relatie tot haar maatschappelijke context en verbindingen met andere kunstdisciplines. In 2015 deed hij de regie voor de Werkspoor Koren Opera.

 

 

 

Regisseur – Alejandra Peña
Alejandra PeñaAlejandra vluchtte in 1980 met haar ouders uit Chili naar Nederland toen zij negen jaar oud was. Zij studeerde in 2000 af aan de HKU als theaterfacilitator en theatermaker. Zij speelde in diverse performances en realiseerde de verteltheatervoorsteling De aangekondigde dood. Alejandra schreef een eenakter voor Grenzeloos Toneel: Via Sombras. Sinds 2009 werkt Alejandra als Docent Drama op scholen in Rotterdam en Utrecht. Momenteel werkt Alejandra aan het project Ongekend Bijzonder en is verantwoordelijk voor de programmering van de Culturele Zondag ‘Bestemming bereikt’ op 1 mei 2016.

 

 

 

 

Muzikaal leider – Jurriaan Grootes
Jurriaan GrootesJurriaan Grootes studeerde Muziekwetenschap en Koordirectie, en volgde daarna nog verschillende masterclasses en opleidingen op het gebied van directie, zang en muziektheater. Hij is werkzaam als koordirigent bij een aantal koren in het midden van het land waaronder Theaterkoor BonTon. Daarnaast geeft hij workshops, arrangeert koormuziek en is actief als klassiek zanger.

 

 

 

 

 

 

 

 

Productie leider – Marthe van der Hilst
Marthe van der HilstMarthe van der Hilst studeerde Kunstgeschiedenis en Algemene Sociale Wetenschappen. Als producent gaat ze graag nieuwe uitdagingen aan en werkt ze het liefst aan culturele projecten waar naast de artistieke kwaliteit ook de sociaal-maatschappelijk relevatie van groot belang is.

 

 

 

 

 

 

Productionele ondersteuning – Lidy Ettema / Technisch leider – Kees Kaya
EENPUNT6 - Kees Kaya en Lidy EttemaKees Kaya en Lidy Ettema zijn beide producenten van culturele evenementen en hebben het bedrijf EENPUNT6 opgericht. Zij brengen een ervaring van ruim 20 jaar met zich mee:
Kees vanuit techniek en productie; Lidy vanuit productie, coaching en community-projecten. Hun kracht ligt in het tot stand brengen van meer en minder complexe projecten, met oog voor detail, ontwikkeld in tientallen projecten, altijd doelbewust op weg naar het eindresultaat.

 

 

 

Kostuum ontwerpster – Maryam Entezami
Maryam Entezami - KostuumontwerpsterMaryam Entezami is geboren in Iran, opgegroeid in Turkije en woont sinds 1990 in Nederland. In 1997 studeerde ze af als modeontwerper aan het Arts & Crafts College in Eindhoven met een collectie historische Perzische kostuums. Sindsdien werkt ze als zelfstandig mode-ontwerper/stylist en heeft ze tevens haar onderzoek naar de historische kostuums van oude Perzië voortgezet. Op dit moment werkt Maryam aan een Perzisch mode & illustratie boek.

 

 

 

 

 

 

 

Make-up artist – Rozita Davoudi
Rozita DavoudiRozita Davoudi is freelance visagiste en hairstylist. Rozita is gespecialiseerd in de verzorging van professionele bruids-make-up en -kapsels en allerlei opdrachten in visagie & hairstyling: fotoshoots, video, tv, film, modeshows video, en evenementen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Technisch uitvoerder – Thomas Koopmans
Thomas Koopmans - foto Marcel PrinsThomas Koopmans (1982) is werkzaam als muziektechnoloog, geluidsontwerper en sound engineer. Hij is gespecialiseerd in geluidsontwerp voor theatervoorstellingen, live mixage van muziek en theater en live registraties. Onder zijn opdrachtgevers vallen onder andere Theater Kikker, Impakt Festival, Wende Snijders en Gaudeamus Muziekfestival.  www.thomaskoopmans.nl

 

 

 

 

 

 

 

Opdrachtgever/zakelijk leiding – Saskia Moerbeek
Saskia MoerbeekSaskia Moerbeek is Cultureel Antropoloog en heeft samen met een collega de stichting Bevordering Maatschappelijke Participatie uitgebouwd tot een landelijke projectorganisatie, die op eigen initiatief vernieuwende maatschappelijke projecten ontwikkelt. Binnen de stichting BMP heeft ze verschillende rollen vervuld. Sinds 2009 is ze directeur van de stichting. In haar vrije tijd zingt Saskia in vocaal ensemble Dwarsklank.

 

 

 

 

 

 

 

Spelers

Hij – Arash Roozbehi
Arash RoozbehiDe Iraanse bariton Arash Roozbehi (1983) studeerde aan het ArtEZ Conservatorium bij Marjan Kuiper en Claudia Patacca. Arash begon zijn zangstudie in 2003 in zijn geboortestad Teheran waar hij debuteerde bij het Nationaal Radio en Televisie Jeugd Orkest met uitvoeringen van Iraanse en Europese composities. Vanaf 2014 volgde Arash lessen bij Frans Fiselier en Marion van den Akker.

 

 

 

Zij – Nienke Nillesen
Nienke NillesenMezzosopraan Nienke Nasserian Nillesen is half Venloos en half Tanzaniaans. Nienke is 23 jaar en studeert Klassiek Muziektheater aan het Fontys Conservatorium in Tilburg bij Harry Ruil.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Receptioniste – Tamar Niamut
Tamar NiamutTamar Niamut is een veelzijdige sopraan, werkzaam in binnen -en buitenland. Zij werkt regelmatig samen met andere kunstdisciplines, zoals dansgroep ISH van Marco Gerris en De Dutch Don’t Dance Division van Rinus Sprong en Thom stuart. Tamar zong hoofdrollen in vele opera’s, oa. bij Holland Opera, (Romeo en Zeliha, Orfeo Underground), Stichting Ipermestra, (Granida en L’Adorazione dei Magi) en in Opera Dira in Koeweit. Dit seizoen zal zij de rol van Pamina vertolken in Die Zauberflöte.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zangeres meidentrio – Zinzi Frohwein
Sopraan Zinzi Frohwein studeerde aan de Dutch National Opera Academy bij Sasja Hunnego. Zij zong rollen bij onder andere De Nationale Opera en de Nederlandse Reisopera. De rollen die zij tijdens haar studie vertolkte zijn onder andere: Contessa (Le nozze di Figaro), Alcina (Alcina) en Berta (Il Barbiere di Siviglia).

 

Zangeres meidentrio – Jolentha Zaat
Jolentha Zaat - zangeresJolentha zong al eerder in een opera met muziek van Bob Zimmerman en een libretto van Ruben van Gogh. Daarnaast speelde zij onder meer Polly Peachum in Die Dreigroschenoper in het Concertgebouw in Amsterdam, Carmen in de opera Carmen, Dulcinea in de musical de Man van La Mancha en was zij in 2007 finaliste van het tv programma Una Voce Particolare.

 

 

 

 

 

 

 

Zangeres meidentrio – Marlies Ruigrok
Marlies RuigrokMarlies Ruigrok (1990) studeerde in 2013 af aan het Koninklijk Conservatorium. Momenteel is zij met veel plezier werkzaam als zangeres in diverse producties en projecten, waarbij vaak de combinatie wordt gemaakt tussen muziek en theater.

 

 

 

 

 

 

Accordeonist – Nihad Hrustanbegovic
Nihad HrustanbegovicNihad Hrustanbegovic werd geboren in Bosnië Herzegovina en studeerde aan het ArtEZ Conservatorium & de Messiean academie. Hij behaalde zijn diploma Docerend musicus in 2000 en slaagde cum laude voor Master of Music in 2002. In afgelopen 20 jaar gaf Nihad Hrustanbegovic meer dan 1000 optredens : o.a. 7 keer in het Concertgebouw Amsterdam, met Grace Jones in Paradiso, met Flairck in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam, Ridderzaal Den Haag, in Vredenburg Utrecht voor de toenmalige Hare Majesteit Koningin Beatrix, met Al Di Meola in Metropool en tijdens de opening van Sarajevo Film Festival. Als eerste accordeonist ter wereld is hij er in geslaagd om de complete The Four Seasons van Antonio Vivaldi, gebaseerd op de originele Urtext muziekpartituur, op de concertaccordeon te vertolken. Nihad Hrustanbegovic is ook actief als componist voor film, documentaire en reclame.

 

Contrabassist – James Oesi
James OesiContrabassist James Oesi kwam in 2012 naar Nederland vanuit Zuid-Afrika voor zijn masterstudie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. James is regelmatig te horen met het Combattimento Consort, Asko|Schönberg, Nieuw Ensemble, Insomnio en het Ives Ensemble en trad op in onder meer Shanghai, New York, Amsterdam, London en Witten (Duitsland). Sinds december 2013 is hij aan het Koninklijk Conservatorium assistent van Quirijn van Regteren Altena, zijn vroegere docent.

 

 

 

 

 

 

 

Percussionist – Tatiana Koleva
Tatiana Koleva - foto Hans GroenDe in Bulgarije geboren Tatiana Koleva is een veelzijdige percussioniste en marimbavirtuoos. Meer dan 90 solo- en ensemble stukken werden speciaal voor haar geschreven. Naast haar werk als musicus geeft Tatiana Koleva les aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen en is zij de oprichter en artistiek leider van het Amsterdam Marimba Weekend en de Youth Percussion Pool.

 

 

 

 

Gitarist – Faarjam Saïdi
Faarjam SaïdiFaarjam Saïdi werd in Teheran geboren en kwam in 2000 naar Nederland. In 2010 startte hij een studie Pop & Sounddesign in Arnhem en momenteel studeert Faarjam Composition for the Media aan de HKU in Hilversum. Faarjam schrijft muziek, speelt gitaar in zijn eigen band en bekwaamt zich in audioproductie. Faarjam werd geïnterviewd voor Ongekend Bijzonder.

 

 

 

 

Cellist – Martin Grudaj
Martin GrudajMartin Grudaj is geboren in Albanië. Martin begon zijn studie in Nederland in 1995 en rondde zijn cellostudie cum laude af aan het KC te Den Haag. Hij speelt veel kamermuziek in verschillende ensembles en treedt ook als solo-cellist op. Met zijn vrouw pianiste Elena Malinova vormt hij het duo Albarus dat al jaren actief is op verschillende Nederlandse podia en in 2006 haar debuut maakte in de Kleine Zaal van het Concertgebouw.

 

 

Violiste – Nasim de Haas
Nasim de HaasNasim Allamehzadeh – de Haas werd geboren in Iran en vluchtte in 1984 naar Nederland. Zij is afgestudeerd als violiste aan het Brabants Conservatorium in Tilburg (bachelor) en de HKU in Utrecht (master). Sindsdien heeft zij deel uitgemaakt van veel verschillende ensembles en projecten, met name op het gebied van kamermuziek. Hiernaast heeft Nasim een vioolles praktijk in De Bilt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Koor BonTon
Koor BonTonHet theaterkoor BonTon bestaat 25 jaar en heeft in deze jaren veel verschillende programma’s en producties ten gehore gebracht. Het huidige BonTon staat voor de combinatie van afwisselend licht & klassiek, de combinatie van koor en theater en de combinatie van ambitie & plezier.

 

 

 

 

 

 

Koor Stem des Volks
De Stem des VolksMet haar 85 jaar is De Stem des Volks, Utrecht, één van de oudste en laatste Arbeiderszangverenigingen van Nederland. Naast liederen als Morgenrood en De Internationale staat ook koorwerk en delen uit opera’s van onder andere Mozart, Schubert, Gluck, Cherubine, Verdi en Purcell op het programma. In 2015 zong De Stem mee in de Werkspoorkoren Opera.

 

Orthodox Tewahdo Sainte Maria
Het koor Orthodox Tewahdo Sainte Marie bestaat uit leden van de Ethiopisch/Eritrees orthodox coptische kerk uit Amersfoort. Onder leiding van priester Daniel Yifru zingen zij religieuze liederen tijdens hun kerkdiensten. Expressiviteit en beleving vormen de basis van hun intense zangstijl.

 

Vietnamese ensemble
Nga Bui en Hung Nguyen (in correct Vietnamees: Bùi tố Nga en Nguyễn thanh Hùng ) zijn begin jaren 1980 in Nederland aangekomen als bootvluchtelingen. Zij studeerden in Utrecht  en wonen en werken sinds 1990 in Delft. Hun vrije tijd wordt veelal gevuld met het spelen en onderzoeken van traditionele Vietnamese muziek. Zij krijgen les van meester Nguyễn Vĩnh Bảo, een van de weinig nog levende erfgenamen van de traditie der amateurs (Tài Tử ) uit het zuiden van Vietnam.

 

Syrisch ensemble

Zang en Ud – Mohamed Alsamna
Mohamad AlsamnaMohamed Alsamna groeide op in een Palestijns gezin in Syrië. In 2014 vluchtte hij naar Nederland. Van jongs af aan leerde en zong hij Palestijns repertoire. Mohamed studeerde klassieke Arabische zang. Op zijn twintigste nam zijn carrière een belangrijke wending: hij werd aangesteld bij Alashikein al Falestin, het nationaal klassieke Palestijnse orkest, en tourde door de hele Arabische wereld. Mohamed is gespecialiseerd in klassieke Arabische muziek en is daarnaast ook thuis in traditioneel Turks repertoire.

 

 

 

 

 

Darabuka – Ibrahim Khano
Ibrahim KhanoIbrahim Khano is gespecialiseerd is in Arabische en Turkse muziek. Daarnaast is Ibrahim groot kenner van de Aramese cultuur. Hij werd geboren in een Aramees gezin, twee van zijn ooms waren zangers in de Aramese traditie en hadden vanaf zijn kindertijd een grote invloed op hem. Vanaf zijn veertiende begeleidde Ibrahim al professionele optredens.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ali Ismael – zang
Ali IsmaelAli Ismael zingt al zijn hele leven. Ali werkte als bediende in een warenhuis en wil in Nederland muziek gaan studeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omar Nzal – zang
Omar NzalOmar Nzal (1983) is van jongs af aan veel met muziek bezig. Als kind luisterde hij wanneer zijn broer Ud speelde. Zijn gehele kindertijd en jeugd zong hij tijdens familiefeesten en bijzondere gelegenheden. Het is zijn droom publiek te bekoren met zijn stem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Norooz ensemble

Monir Goran
Monir Goran is geboren in 1975 in Kirkuk te Koerdistan, Irak. Van jongs af aan speelt hij ud(Arabische luit) en gitaar. Hij is opgegroeid met Koerdische muziek en heeft zichzelf ud en gitaar leren spelen. Hij werkte met de band ‘Al-Nagam-Asiel en trad regelmatig op tijdens festivals in Amman en Zerkah in Jordanie. In Nederland heeft hij opgetreden op festivals en andere podia zoals onder andere Rasa, Paradiso, Dunja-festival, Mondiaal-festival en voor Radio 4. Monir werd geïnterviewd voor Ongekend Bijzonder.

 

Verteller 1 – Mohammad Babazadeh
Mohammad BabazedahMohammad Babazadeh is theatermaker, docent en acteur. Hij vertelt verhalen en maakt vertelvoorstellingen. Zijn laatste voorstelling “dagboek van een reiziger” was een compilatie van echte verhalen van mensen die hun land verlaten op zoek naar een nieuw leven.

Mohammad Babazadeh is werkzaam bij het Tropenmuseum Junior in Amsterdam. Mohammad werd geïnterviewd voor Ongekend Bijzonder.

 

 

 

Verteller 2 – Dao Quoc Bao
Dao Quoc BaoDao Quoc Bao werd geboren in 1937 in Vietnam. Hij is getrouwd en heeft 2 kinderen en 4 kleinkinderen. De heer Dao woont sinds 1984 in Utrecht en schreef in 2010 een boek over zijn leven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees hier meer over de Stadsopera Onderweg

Interview Theater Rast

INTERVIEW THEATER RAST

 

Theater RAST, een interculturele theatergroep in Amsterdam, maakt in het kader van Ongekend Bijzonder de voorstelling ‘De Vlucht van een Granaatappel’. De groep is in 2000 opgericht door Șaban Ol, Celil Toksöz en Gert de Boer. Sinds 2005 is zij huisgezelschap van Podium Mozaïek in Amsterdam West. Zij is opgenomen in het Amsterdamse kunstenplan 2013 – 2016. Theater RAST wil de veranderende samenleving weerspiegeld zien op het toneel. Zij wil een grootstedelijk en cultureel divers publiek aanspreken, binnen en buiten Nederland. Zij toont een verhaal vanuit vertrouwde maar ook vanuit onverwachte invalshoeken, die vanzelfsprekend intercultureel, sociaal bevlogen en soms controversieel zijn. De theaterproducties van RAST zijn een mix van tekst, muziek, zang, opera, stand up en vertelkunst. RAST heeft aandacht voor nieuw theatertalent op het gebied van tekst, spel en regie. Zij heeft de ambitie om producties ook in het buitenland te maken of te spelen.

 

‘De Vlucht van een Granaatappel’ is een tragikomische locatievoorstelling die zich afspeelt tussen de wens te willen weten en het verlangen te verzwijgen. In een verlaten schuur op Terschelling maakten de Koerdische Celil, de Joodse Eran, de Syrische George en de Hollandse Imke het publiek van het Festival Oerol deelgenoot van hun nooit vertelde verhalen en nimmer gestelde vragen. Persoonlijke vluchtgeschiedenissen van twee generaties. Beide met de noodzaak meer over elkaar te weten. Beide met de angst de ander te belasten met een onuitgesproken leed. De Vlucht van een Granaatappel is het persoonlijke en humorvolle relaas van vier vrienden, twee vluchtelingen en één generatiekloof.

Het past bij RAST en Ongekend Bijzonder om grote universele thema’s via een persoonlijke invalshoek te benaderen. Rondom de voorstellingen tijdens het Ongekend Bijzonder Festival Amsterdam worden er diners en nagesprekken georganiseerd voor groepen vluchtelingen en oudere migranten.


Het begin: RAST & Ongekend Bijzonder
George en ik [Eran] hebben de voorstelling gemaakt bij RAST. We zijn door Saskia [Moerbeek] uitgenodigd om een keer te praten over het project. Stichting BMP was op zoek naar een voorstelling die verhalen kon teruggeven aan de stad. Wij kregen de open vraag of wij daar iets mee wilden. Het was mijn idee om de voorstelling die we al wilden maken voor Oerol hieraan te koppelen. We hadden al een basisidee over de ene generatie die bang is te weten te komen en de andere generatie die bang is te vragen en toen gingen we in gesprek met Stichting BMP. Het ging gelijk op. We vonden het heel fijn om te kunnen putten uit de verhalen van Ongekend Bijzonder en te voelen dat de thematiek ook bij de doelgroep zelf echt aansloeg.”

 

De creatie: de acteurs, interviews van Ongekend Bijzonder, improvisatie en regie
De voorstelling is tot stand gekomen door het levensverhaal van de vier acteurs die erin spelen als fundament te nemen. Cecil is een Koerd die vanuit Turkije naar Nederland is gevlucht. George is uit Syrië gevlucht als kind. Ik ben weer van een verdere generatie en ben in Nederland geboren. Imke die heeft qua achtergrond niets met vluchteling of migrant zijn. Door waar wij in ons leven mee te maken hebben gekregen staan wij dus in verschillende ringen om deze thematiek heen. Verder heeft Eva van Pelt het onderzoek gedaan voor deze voorstelling. Ze is geïnspireerd door thema’s uit de interviews van project Ongekend Bijzonder en heeft onszelf ook geïnterviewd. Toen zijn de acteurs alle vier gaan schrijven. Daarna hebben we alles op een hoop gegooid en hebben we de eerste selectieronde gedaan. We maakten verschillende stapels, van ‘dit moet er zeker in’ tot ‘we weten niet zeker of dit erin moet’. Toen zijn we gaan repeteren met de teksten van de eerste stapel met behulp van veel improvisatie, waardoor er eigenlijk ook nieuw materiaal ontstond. Kan de Straat heeft de voorstelling geregisseerd en hij heeft onze eigen input gewaardeerd maar ook een sturende rol gehad in hoe het er uiteindelijk uit is komen te zien. Hij is niet de meest zichtbare maar wel een hele belangrijke schakel in het geheel. ‘De Vlucht van een Granaatappel’ is een mengsel van toneel en stand-up geworden.”

 

De betekenis: elkaar iets mee willen geven zonder elkaar te willen belasten
De voorstelling stelt meer een vraag dan dat wij er iets mee willen vertellen. Het cirkelt eigenlijk om het volgende dilemma heen: iets willen weten van iemand maar bang zijn om die persoon daarmee te confronteren met haar/zijn pijn en toch het gevoel hebben dat je dat moet doen, mede om jezelf beter te begrijpen. Dat is meer het perspectief van de jongere generatie. Anderzijds heeft de oudere generatie het gevoel dat er iets aan hun kinderen verteld moet worden en dat dat nu moet gebeuren omdat het anders kwijt raakt, maar gaat dat samen met de angst om hen op te zadelen met een grote last. Uiteindelijk bleek het thema heel universeel te zijn en bleek het eigenlijk over van alles te gaan. Familiegeheimen, dingen op de werkvloer; een soort spanningsveld van elkaar iets mee willen geven maar elkaar niet willen belasten.

 

Het effect: ontroerend & persoonlijk
“De reacties van het publiek waren heel bijzonder. We hebben vaker voorstellingen gespeeld die echt iets met mensen deden, ook op dit festival. Toch is het gedurfd om van zo’n onderwerp een professionele voorstelling te maken. Ook voor het Oerol publiek, die toch voor het plezier komt en lekker wat aan het drinken en eten is en dan geconfronteerd wordt met een voorstelling met inhoud. Het is een aangrijpend verhaal in theatervorm dat mensen voorheen denk ik nog niet gezien of gehoord hadden. Reacties waren huilend en lachend tegelijk. Het publiek was ook erg geboeid. Voor en na de voorstelling begaven we ons ook echt tussen onze toeschouwers. Mensen waren heel geëmotioneerd door het stuk. We kregen vele mooie warme reacties, die heel persoonlijk waren. Omdat wij zoiets persoonlijks op het toneel hebben gezet hadden mensen blijkbaar een vertrouwen en behoefte om ook met ons hun verhaal te delen of ons even aan te raken, soms in tranen. De Theaterkrant heeft het stuk daarnaast gerecenseerd en ons vijf sterren gegeven.”

Gewoon bijzonder, gedicht Firoez

 

Ik ken een Koerd, hij weet alles over het schaatsen
en een Congolese man met bijzonder mooie kleren
Ik ontmoette een gesluierde Somalische die mij het internationale recht uiteen zette
en een Iraanse die de oorsprong van alle bloemen kende

 

Ik dronk thee met een pers die beweert zijn leven weggegooid te hebben
en een borrel met een andere pers die dat in een boek heeft opgevangen
Een Afghaanse jongvrouw die niet wist dat ze bestond voordat ze hier kwam
samen met een andere lotgenoot die er niet mocht zijn omdat zij bestond

 

Een Iraakse heer die in gedichten zijn liefde voor hoeden aan me vertelde
en ook zijn liefde voor zijn Rotterdamse gevogelte

 

Een Kroatische dame die visie had op het opvoeden
zag ik in gesprek met een Bosnische die wist hoe niet moest,
beide uit eigen ervaring

 

Een houdt er om te mijmeren in koffiehuis achter de conservatorium, luisterend naar Chopin
en de ander vertelt met passie over de diversiteit van rookvlees in de plaatselijke kroeg

De westerse architectuur mist de inspiratie van de oostelijke gebouwen
is me verteld door vrouwelijke professor uit Sarajevo
Waarna de overeenkomsten tussen Hafiz en Vondel mij duidelijk werd gemaakt
door een dichteres uit Isfahan

Een jonge man uit Vietnam vertelde over deltavorming bij de Noordzee
en vertelde ook dat het erg koud was toen hij hier arriveerde

Een jong enthousiast meisje probeerde me te overtuigen dat het stemmen anti democratisch is
en pleitte voor politiek die uit het hart komt
ze was maar drie maanden toen ze in Amsterdam aankwam

Ik zie volgende week een vrouw uit Ethiopië en een uit Eritrea
Ooo…wat zal ik nog veel leren

Gedicht van Firoez Azarhoosh uit 2015